Sporenonderzoek (gedicht)

i.
om de hoek van mijn huis
tussen bloemen koffie en zwerfafval
bots ik tegen een hand die een krant vasthoudt
‘mag ik u een telegraaf aanbieden?’
verstoord kijk ik op van mijn binnenwereld
mompel ‘nee dankje’
en loop door
de rest van de weg naar huis denk ik na over een beter antwoord
ii.
ondanks mijn lichtroze gympen en turquoise jas val ik niet op
op het malieveld
tussen zwarte hoodies die roepen
waar blijft antifa nou
ze herkennen me niet
ik blend geweldig in deze menigte
als zo'n bruinige crème voor je gezicht
die je opbrengt met een eivormige spons
om je imperfecties te verbergen
of te worden
iii.
de huis-tuin-en-keuken fascist uit mijn jeugd ken ik alleen
in de parodie van erik van muiswinkel
ons gezin voor de televisie
mijn bord op mijn knieën
iv.
ik kom thuis van het malieveld
bruine vlekken op mijn gympen
forensisch bewijs van aanwezigheid
v.
een week later
weer de verkoper met zijn krant
‘mag ik u een telegraaf aanbieden?’
dit keer blijf ik staan
‘wat denk je zelluf’
waarmee ik wil zeggen: ik ben een vrouw, ik draag een keffiyeh, een
regenboogspeldje op mijn tas, mijn benen zijn al weken niet geschoren
‘maar mevrouw, hij is gratis’
vi.
in het ritme van mijn gympen
pleur op met je fascistische rotkrant
oefen ik al dagen
pleur op met je fascistische rotkrant
de woorden in mijn hoofd
pleur op met je fascistische rotkrant
als ik eindelijk de verkoper weer tegenkom
kijkt hij dwars door me heen
vii.
(fantasie waarin ik floddertje ben)
ik blokkeer een weg zoals ik in bad ga
heb alles goed ingezeept en wacht
op het waterkanon
schuim overspoelt het malieveld
schuim overspoelt het stadhuis
schuim overspoelt de stad tot aan de zee
de burgemeester zit te mokken in zijn schone kantoor
de mensen lopen boos door hun schone straten
klagen over vertraging in het verkeer
de overlast van zeepbellen in de tuin
een agent neemt mijn verklaring op, ik moet mee
naar het bureau
dat fris ruikt en blinkt in de zon

