...

aderen liepen als bovengrondse boomwortels over de ruggen
van haar handen richting de toppen
van haar vingers die vaak wit of blauw dode vingers
ze had ruwe handen die gewerkt gezorgd
geverfd gestreeld getimmerd over ruggen gewreven
opgetild afgedroogd aangestoken ontelbare sigaretten
uit pakjes gevist routineus naar de mond gebracht
waar de linkerhand een eventuele windvlaag afweerde (ook binnenshuis)
terwijl de rechter een vlam ontstak als de lippen zogen
borgen de handen op om daarna tussen wijs- en middelvinger
de sigaret kort uit te nemen om hem na het uitblazen terug te steken
in de daarvoor bestemde mondopening deze handelingen
werden tot het voortijdig einde herhaald
in mijn kersverse thuis met uitzicht op zee en ministeries
tasten haar afwezige handen naar het pakje in de tas
ongedurig wachtend op het teken:

