Als dit een baan was
De 'werkdag' van een demonstrant
Er worden regelmatig stigmatiserende opmerkingen gemaakt over activisten. We zijn werkschuw tuig, uitkeringstrekkers. Dat is natuurlijk flauwekul, maar op sommige dagen denk ik wel eens dat demonstreren een fulltime baan zou kunnen zijn.
Zoals gisteren.
In de ochtend schrijf ik een stukje over een demonstratie in Den Haag die, zoals altijd, zonder duidelijke reden meteen door de politie verplaatst en daarna beëindigd werd. Tijdens de lunch ga ik naar de sit-in bij de ingang van het ministerie van Buitenlandse Zaken, in protest tegen de Nederlandse medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden in Gaza en Libanon en voor naleving van het internationaal recht.
Aansluitend heb ik een gesprek (als het een baan was zou het een 'meeting' heten) over demonstratierecht en politiegeweld. In de middag werk ik aan een website en doe ik wat administratieve ondersteuning voor een activist wiens mensenrechten geschonden worden in het buitenland.
Om 18 uur ben ik op het Centraal Station in Den Haag bij de wekelijkse sit-in die weer hervat is. Een ProRail-medewerker spreekt ons aan. Hij heeft geen bezwaar. Vreedzaam demonstreren mag ook in een stationshal; het is een grondrecht, geen gunst. We zitten op de grond. We klappen en chanten. Het roept reacties op. Een oude vrouw steekt haar geringde middelvinger op. Een jongen filmt ons langere tijd van dichtbij op een intimiderende manier. Een witte man in een pak zegt dat we niet zo moeten gillen en beklaagt zich bij een ProRail-medewerker. Een andere witte man reageert boos. Nog een middelvinger. Onze groep groeit. Een voorbijganger maakt een hartje met zijn handen. Andere voorbijgangers maken een peace-teken met twee opgestoken vingers. Een agent vraagt wat we doen en wil een ID zien.
Om 19 uur eindigt de sit-in en ga ik door naar de Tweede Kamer voor een noodprotest vanwege de hervatte bombardementen op Gaza en Libanon. De politie wil het vreedzame protest direct beëindigen. De demonstrant met de megafoon zegt dapper dat we het recht hebben om daar te staan en te protesteren 'within sight and sound' van ons parlement. De politie escaleert en binnen een paar minuten stroomt het plein vol met ME'ers. Er wordt omgeroepen dat we moeten vertrekken en dat we anders 'geholpen' zullen worden. Onder een overweldigende politiebegeleiding verlaten we het plein.
Ik ga naar huis om te eten, de rest van de groep loopt naar de plek die door de politie is aangewezen als alternatieve demonstratielocatie. Thuis hoor ik dat er mensen gearresteerd zijn. Ik zie nare beelden van een arrestatie waarop iemand als een dier door agenten wordt afgevoerd.
Voor ik ga slapen probeer ik wat te ontspannen, maar in bed lig ik nog lang wakker. Ik ben boos over de repressieve manier waarop Den Haag omgaat met demonstraties. Ik krijg de beelden van politiegeweld niet uit mijn hoofd.
Als dit een baan was, zou het by far het meest zinvolle en maatschappelijk relevante werk zijn dat ik ooit heb gedaan. Ik weet niet hoe lang ik het zou volhouden.


