Demonstreren in Den Haag
Geen grondrecht maar een gunst
Afgelopen vrijdag deed ik mee aan een kleinschalig protest in Den Haag. Als ik rond kwart voor vier aankom bij de ontmoetingsplek - een parkje in een woonwijk - staat daar pal naast de ingang al een politiebusje geparkeerd. Ik voel meteen de bekende steen in mijn maag. Ik begroet mijn mede-demonstranten. De agenten kijken toe. Er komt nog een busje. En een agent op de fiets. Ik voel me begluurd en afgeluisterd.
Als de laatste mensen zich bij ons hebben gevoegd, gaan we op weg naar de demonstratielocatie: de Duitse ambassade. We lopen met een handjevol mensen zingend over de stoep. Naast ons op de weg rijdt een politiebusje stapvoets mee. Bij de ambassade staat nog meer politie. We stellen ons op voor de ingang van de ambassade met banners en vlaggen. De politie zegt dat we wel even mogen blijven staan.
We zingen. We chanten. Iemand houdt een speech in het Duits. Na een kwartier vindt de politie het welletjes. Ze sturen ons naar een parkje aan de overkant van de weg. Een paar mensen zijn verbaasd. Waarom moeten we weg? Ik leg uit hoe het werkt in Den Haag: Volgens het demonstratierecht mag je zelf de locatie van je demonstratie kiezen en mag die alleen onder aan strikte voorwaarden beperkt worden. Volgens de burgemeester van Den Haag mag je demonstreren waar het de burgemeester het beste uitkomt.
We verplaatsen ons protest naar het parkje aan de overkant van de weg, waar de hondendrollen door de aanhoudende hitte zo uitgedroogd zijn dat ze tenminste niet aan je schoenen blijven plakken. Een agent laat weten dat we geen open vuur mogen maken vanwege de extreme droogte. Dat waren we niet van plan, we zijn vrij goed op de hoogte van de gevolgen van klimaatverandering.
We gaan verder met chanten, zingen, drummen. Ik draag een gedicht voor van Mahmoud Darwish. We schrijven kaarten aan de 5 politieke gevangenen voor wie we het protest organiseren. We hebben contact met Londen, waar tegelijkertijd ook een demonstratie met hetzelfde doel plaatsvindt.
Om half zes laat de politie weten dat we onze demonstratie moeten beëindigen. We moeten onze vlaggen en banners opbergen en zelfs de patches afdoen die we opgespeld hebben (een stukje stof met daarop twee handen en een hartje), voordat we naar de tram lopen.
We willen nog een handgeschreven kaart bij de ambassade in de brievenbus doen. Om de agenten vooral niet te laten schrikken als we de weg oversteken, informeren we ze hierover. We mogen van de politie een kaart in de brievenbus doen, maar ze willen hem wel eerst lezen. De kaart is in het Duits. Nadat onze kaart is goedgekeurd door de politie, steken we over en stoppen hem in de brievenbus.


