Demonstreren in Den Haag: beleid boven grondrecht?


Gisteren was ik bij de rechtbank in Den Haag. De Partij voor de Dieren sleepte burgemeester Van Zanen voor de rechter, omdat hij in 2024 een demonstratie tegen de verkoop van kangoeroeleer beperkte van twintig naar tien deelnemers. Reden: de locatie lag in het zogenoemde 'kernwinkelgebied'.
De bezwaarcommissie van de gemeente had al geoordeeld dat Van Zanen niet had aangetoond waarom die beperking nodig was. Maar het werd pas echt pijnlijk toen de advocaat van de gemeente bij de rechter moest uitleggen hoe dat aantal van tien tot stand was gekomen. Het antwoord: dat is 'in overleg met de politie vastgelegd in het lokale demonstratiebeleid.' Cijfers of stukken die de beperking onderbouwden? Die kon ze niet overleggen.
Dat is precies het probleem.
De Wet openbare manifestaties werkt zo: demonstranten doen een kennisgeving, en de burgemeester faciliteert op basis daarvan. Beperkingen mogen alleen als dat noodzakelijk is voor gezondheid, verkeer of het voorkomen van wanordelijkheden. Het EVRM (artikel 11) vereist een concrete, individuele afweging.
Wat Van Zanen doet is het omgekeerde. Niet de kennisgeving is leidend, maar de beperkingen uit zijn eigen beleid. De advocaat van de PvdD zei het treffend: 'Ongestoord winkelen is geen grondrecht, het demonstratierecht wel.' Bij Van Zanen lijkt het omgekeerde het geval.
En dit is geen incident. Het onlangs geactualiseerde Demonstratiebeleid van de gemeente Den Haag codificeert deze aanpak. Het kernwinkelgebied: maximaal 10 personen. Het Plein: maximaal 100. Prinses Irenepad (bij de Tweede Kamer): maximaal 5. Die plafonds staan in het beleid als 'uitgangspunten', maar als er in de praktijk zelden van wordt afgeweken, zijn het de facto standaardbeperkingen. Amnesty International wijst hier ook op. Die noemen de 'basisafspraken' uit het nieuwe beleid feitelijk standaardregels die altijd gelden.
Het nieuwe beleid gaat overigens nog verder: Van Zanen heeft een aparte paragraaf over 'ontwrichtende acties' toegevoegd, waarin wegblokkades als uitgangspunt niet worden gefaciliteerd en sneller beperkt of beëindigd kunnen worden. Amnesty International noemt die framing stigmatiserend.
De rechter doet over anderhalve maand uitspraak. Maar de uitspraak gaat over meer dan het aantal mensen bij een Intersport-winkel. Het gaat over de vraag of een burgemeester zijn eigen beleid boven het EVRM mag stellen. Of vooraf bepaalde maxima de plaats mogen innemen van de individuele afweging die de wet voorschrijft. (Spoiler alert: het antwoord op beide vragen is nee)
Op de foto een artikel van Omroep West over de rechtszaak. De advertentie die ik ernaast te zien kreeg heb ik er niet afgeknipt omdat die zo ironisch is: de VVD is een van de partijen die, zowel in Den Haag als landelijk, hard werkt aan inperken van het demonstratierecht en daarbij de grondrechten van mensen niet zo serieus neemt.
Volgende week zijn er gemeenteraadsverkiezingen, dus weet wat je stemt.

