Met een glimlach in de file
Over een vreedzame wegblokkade en een VVD-minister met 0,0 begrip van het demonstratierecht
Toen ik lang geleden als consultant werkte, stond ik vaak in de file. Soms wel vier of vijf uur per dag. Onderweg van en naar werk dat best leuk was, maar waarvan ik zelden het gevoel had dat het er echt toe deed.
Zaterdag stond ik weer kort in de file, maar nu met een grote glimlach. Dat kwam omdat we deze file zelf veroorzaakt hadden. Het was zojuist gelukt om de A12 te blokkeren ter hoogte van De Meern. Ik heb nog nooit met zoveel plezier in de file gestaan.
Over het doel van de actie
De blokkade was een gezamenlijke actie van Extinction Rebellion, Debt for Climate en Utrecht for Palestine. De boodschap: stop de €39,7 tot 46,4 miljard aan fossiele subsidies die Nederland jaarlijks naar de fossiele industrie sluist; schrap de onrechtmatige schulden die landen in het Mondiale Zuiden dwingen tot meer fossiele winning om af te lossen aan dezelfde rijke landen die de klimaatcrisis veroorzaken; en neem als regering een ondubbelzinnig standpunt in tegen het geweld in Gaza. Drie thema’s die niet los van elkaar staan. Het is hetzelfde economische systeem dat de planeet uitput, het Mondiale Zuiden uitknijpt en bezetting financiert. Nederland subsidieert dat systeem en heeft, als je de uitstoot meerekent die plaatsvond onder de Nederlandse kolonisatie, per inwoner de grootste historische klimaatverantwoordelijkheid ter wereld.
Ik sta zelf niet op de A12 maar rij met een groep op een binnenweg op zoek naar een plek waar we alsnog de weg op kunnen. Vlak daarvoor zijn we, onderweg naar de afgesproken plek, klemgereden door vijf motoragenten. Midden op een kruispunt van een provinciale weg. Een agent vroeg onze chauffeur om id en kentekenbewijs en liep ermee weg. Het duurde lang. Ik keek opzij en zag een motoragent met een boze baard bij de passagiersdeur staan. Het was duidelijk niet de bedoeling dat we zouden uitstappen.
De agent kwam terug: ‘Ik begrijp dat jullie hebben aangegeven dat jullie willen demonstreren.’ Dat had onze chauffeur helemaal niet gezegd. Hij kreeg toch een kopie van de Wom-brief waarin de burgemeester van Utrecht de blokkade verbiedt. Toen mochten we doorrijden. De motoragenten reden nog honderden meters achter ons aan.
We parkeren ons busje vlakbij een parallelweg naast de blokkade en stappen uit. Een groep demonstranten is daar al omsingeld. Agenten met getrokken wapenstokken maken aan omstanders duidelijk dat we niet dichterbij mogen komen. Ze slaan dreigend met hun wapenstokken op de binnenkant van hun handen. Eentje draait hem rond zoals een majorette haar baton ronddraait tijdens een optocht.
Ik voel me niet op mijn gemak. Veel van de omstanders zijn niet van de supportdemo en kijken boos. Vijandig publiek. Verderop zie ik mensen met een vlag die wel bij ons horen maar ik weet niet hoe groot beide groepen zijn. Een paar jaar geleden maakte ik me geen zorgen om boze omstanders, maar na een paar vervelende ervaringen met agressie en geweld ben ik voorzichtiger.
Een kleine schreeuwende agent geeft opdracht aan alle omstanders om enkele meters te verplaatsen. Iedereen komt braaf in beweging maar het gaat hem niet snel genoeg. Hij roept dat we gewaarschuwd zijn en dat hij ons ook ‘een handje kan helpen’. Weer meteen dreigen met geweld. Ik kan niet eens verder doorlopen omdat er voor me nog mensen stilstaan.
Even later zitten we op het gras van het talud. We zijn met een aardige groep supporters en ik ontspan een beetje. Ik zing en applaudisseer voor de rebellen die in de bus geladen worden, gearresteerd bij hun poging om de demonstratieplek te bereiken.
Verderop staat het vijandig publiek, ook op de plaats waar wij net weggestuurd zijn. Ze roepen dingen. Of we zelf doorhebben hoe zielig we zijn. Of we achterlijk zijn. Niet beters te doen hebben. Dat de arrestantenbussen op diesel rijden. Dat het belachelijk is. En waarschijnlijk ook dat we een baan moeten zoeken maar ik heb niet zo goed geluisterd.
Een man valt me in het bijzonder op. Een vader in trainingsbroek, hoodie en petje met een zoontje van een jaar of acht. Hij wijst naar de mensen in de arrestantenbus en draait met zijn vinger rondjes naast zijn slaap. Het jongetje kijkt naar papa en steekt dan zijn middelvinger op naar de mensen in de bus. Die sturen een hartje terug.
Als de laatste arrestantenbus wegrijdt, vertrekken wij ook. We steken een weg over waar automobilisten hun raampjes openen om validistische scheldwoorden te roepen. We lopen vlak langs vijandig publiek dat aan weerszijden op de stoep en het fietspad staat. Ze roepen dat we er niet uitzien in onze tweedehands kleren. Dat we niets bereiken met deze actie. En nog een paar validistische scheldwoorden. Gelukkig blijft het bij woorden.
Thuis zie ik op social media dat er harde klappen zijn uitgedeeld door politieagenten, ook op de parallelweg waar ik was. Mensen worden met pols- en neusklemmen verwijderd. Een jonge vrouw raakt buiten bewustzijn. Een arrestantenbus staat zo lang in de zon dat mensen onwel worden terwijl niemand naar buiten mag. Politieagenten staan er grijnzend omheen.
In het NOS-journaal komt één demonstrant heel kort aan het woord over het doel van de actie. Daarna drie boze automobilisten. Een oudere vrouw die een dagje uit in het water zag vallen. Een man die over ons heen had willen rijden. De vele mensen die de actie wel steunen komen niet aan bod.
Alle gearresteerde demonstranten werden naar een station in de buurt gebracht en vrijgelaten. Behalve de zes chauffeurs die de wegblokkade gestart zijn door met hun auto’s het verkeer op de weg tot stilstand te brengen. Die worden nog vastgehouden.
Deze mensen zijn keihard nodig. Ze zorgen ervoor dat wij veilig de weg op kunnen. Een paar jaar geleden sloot de politie de weg nog voor ons af bij de A12-blokkades in Den Haag. Daar zijn ze mee gestopt. Sindsdien moeten we dit zelf doen.
De politie faciliteert haast geen demonstraties meer, hoewel dat hun wettelijke taak is. Ze zijn vooral bezig demonstraties te voorkomen, te beperken en te frustreren. Niet alleen demonstraties waarbij een weg geblokkeerd wordt. Ook bij demonstraties voor de Tweede Kamer, de Eerste Kamer, aan de Bezuidenhoutseweg, op het Malieveld, voor ambassades, worden we tegengehouden, verplaatst, weggestuurd of gearresteerd. Vaak met grof geweld.
Vorige week werd er in Loosdrecht een paar dagen achter elkaar actie gevoerd tegen een noodopvang voor asielzoekers. Daarbij werd de politie bekogeld met zwaar vuurwerk en stenen. Een paar dagen later besloot de gemeente Wijdemeren dat er veel minder mensen opgevangen worden. Waarnemend burgemeester Mark Verheijen (VVD) heeft ‘begrip voor de zorgen die leven bij mensen in het dorp’. De demonstraties hebben hem ‘aan het denken gezet’.
Als de eisen van deze gewelddadige hooligans ingewilligd worden, lijkt me dat onze vreedzame demonstratie minstens dezelfde reactie verdient. De klimaatcrisis is een urgent probleem waarover grote wetenschappelijke consensus bestaat maar die door de politiek gewoonweg genegeerd wordt. Terwijl politici over elkaar heen buitelen om de niet-bestaande migratiecrisis streng aan te pakken.
Worden wij met onze vreedzame demonstratie ook beloond? Met het afschaffen van fossiele subsidies? Niet als het aan de minister van IenW ligt. Karremans (VVD) laat weten ‘echt 0,0 begrip’ te hebben voor de actie. De VVD is niet toevallig de partij die de fossiele industrie al jaren uit de wind houdt. VVD-minister Hermans (Klimaat en Groene Groei) herstelde vorig jaar de eerder afgeschafte fossiele subsidies in ere en betaalde dat uit haar eigen Klimaatfonds. Dat is allemaal legaal.
Op het moment dat ik dit schrijf zitten de zes chauffeurs die de weg blokkeerden al twee dagen en nachten in een politiecel. Niet veroordeeld. Niet gevaarlijk. Niet voortvluchtig. Wel opgesloten. Voor een vreedzame, aangekondigde actie tegen fossiele subsidies in een brandende wereld.


