Onbegonnen

ik temde zonder schroom een draak of wat, begroef
een grote schat, stak een onschuldige
in brand en herrees uit haar as ik leerde
zusters surfen op bergen water, was
de bergen, wassend water, waste voetjes
van scheppend grut, verdronk hun forten
onder klaterende lach, maakte schoon
schip met voorouders en bracht nageslacht
naar kinderlozen ik lengde de winter
voor sluimerende kruisdragers, leidde
pelgrims naar rome en liet groene
kwekelingen appels plukken
toch was op een onbegonnen ochtend de afstand
tot de voordeur niet te overbruggen, niet opgewassen
tegen mogelijke blikken van mogelijke voorbijgangers
het groeten van de bakker, de stem
van de zelfscankassa gordijnen op een kier
het hoogst haalbare

