'Will anyone listen?'
Over een gedicht van de Palestijnse dichter Rafeef Ziadah, voorgedragen op de verkeerde plek
Gister deed ik mee aan een demonstratie tegenover de Israëlische ambassade in Den Haag. Ik wilde op deze plek, voor de Israëlische ambassade, een gedicht voordragen van de Palestijnse dichter Rafeef Ziadah. Om 14 uur verzamelden enkele tientallen demonstranten tegenover de ambassade.
(Intermezzo over demonstratierecht:)
In tegenstelling tot wat veel mensen denken, heb je geen vergunning of toestemming nodig om te demonstreren. De burgemeester mag een demonstratie alleen beperken als dat strikt noodzakelijk is en moet daarbij kiezen voor de minst ingrijpende maatregel. Demonstranten kiezen zelf waar ze willen demonstreren. Ze hebben daarbij het recht om 'within sight and sound' van het doel van de demonstratie te staan.
(Einde intermezzo)
De demonstratie van gister was aangemeld. Er was vooraf overleg geweest met de politie. Ook over de locatie: tegenover de Israëlische ambassade. Ter plekke werden we echter door de politie, op last van de burgemeester, gesommeerd om 100 meter verderop te gaan staan. Op een kruispunt. Ver weg van de ambassade.
De organisatoren hebben aanvankelijk geweigerd. Ze lieten de e-mail zien waarin de locatie was afgesproken: tegenover de Israëlische ambassade. Daar had de politie geen boodschap aan. De reactie was dat als we zouden blijven, er snel versterking zou komen.
Wie vaker demonstreert in Den Haag weet wat dat betekent: de demonstratie wordt beëindigd, er wordt gedreigd met geweld en uiteindelijk word je met geweld verplaatst of gearresteerd.
De burgemeester van Den Haag heeft niet zoveel op met het demonstratierecht. Uit onderzoek van onder meer Amnesty, FTM en de Ombudsman blijkt dat Den Haag een van de moeilijkste steden is om te demonstreren.
Wat ons gister overkwam is dan ook geen incident. Het is een patroon: demonstranten krijgen in Den Haag structureel te maken met locatiewijzigingen, beperkingen en intimidatie op de dag zelf, ondanks vooraf gemaakte afspraken. Het demonstratierecht wordt met voeten getreden.
We wilden gister blijven demonstreren. Dus zijn we met tegenzin 100 meter verderop gaan staan. Voor de parkeergarage van het World Forum en tegenover het gebouw van Eurojust.
Daar heb ik het gedicht voorgedragen van Rafeef Ziadah: 'We Teach Life, Sir'.
‘Today, my body was a TV’d massacre that had to fit into sound-bites and word limits filled enough with statistics to counter measured response.’
Ik las het gedicht op een kruispunt voor de parkeergarage van het World Forum.
Tegenover het gebouw van Eurojust.
Op een plek die niets met onze demonstratie te maken had.
Niet tegenover de Israëlische ambassade.
Niet within sight and sound van ons doel.
‘And I recount, I recount a hundred dead, two hundred dead, a thousand dead.
Is anyone out there?
Will anyone listen?’


