Zoetjesaan

Hij was vergeten dat gebouwen konden staan
Zoals de wolken zoemden van geluk
De buitenwereld ziet het zoetjesaan
De gatenstapels het karkas van een bestaan
Kapotgeschoten door een legertruck
En zo vergat hij dat gebouwen konden staan
Van onderkomen en gemeenzaamheid ontdaan
Van rode daken na de peperpluk
De buitenwereld ziet het zoetjesaan
De dappere stakkers die bij nacht te water gaan
Met bootjes niet bestemd voor ’t hele stuk
En zo vergat hij dat gebouwen konden staan
Hoe hij zwaarmoedigheid met lichtheid kon verslaan
Totdat het zwart werd na de lichtindruk
De buitenwereld ziet het zoetjesaan
Nu is hij mijlenver bij zich vandaan
Schrikt op uit boze spooksels met een ruk
Hij was vergeten dat gebouwen konden staan
De buitenwereld ziet het zoetjesaan

